Op Bonaire heerst angst voor te veel makamba’s
Deze maand vinden de verkiezingen plaats voor de Staten van de Nederlandse Antillen, vergelijkbaar met de verkiezingen voor de Tweede Kamer in Nederland.
De inwoners van Bonaire stemmen op een lokale partij die het eiland moet gaan vertegenwoordigen in de Staten. De drie belangrijke partijen in Bonaire zijn de Groene partij (soort CDA), de Rode partij (sociaal democraten) en de Blauwe partij. De Blauwe partij is een nieuwe partij die stelt voor verandering te staan.
Als je over het eiland rijdt zie je verschillende huizen en auto’s met rode, groene of met blauwe vlaggen. Het eiland is zo klein dat je je politici wel weet te vinden, kraampjes met snoepjes en kandidaten die een toelichting geven op het verkiezingsprogramma zijn niet nodig.
De Rode partij die op dit moment aan de macht is op Bonaire, hebben de eerder gemaakte afspraak met Nederland dat Bonaire als een soort gemeente deel gaat uit maken van Nederland, ter discussie gesteld. Er moet volgens de Rode Partij een referendum komen zodat de eilandbewoners zich nog een keer kunnen uitspreken over de ingezette koers.
Het is nog maar de vraag of dit referendum er gaat komen als de Groene Partij meer zetels wint dan de Rode Partij.
Nederland is vooralsnog niet blij met de opvatting van de Rode Partij en heeft daarom allerlei geldstromen richting Bonaire stopgezet onder het mom van: als jij (Bonaire) eerder gemaakte afspraken niet nakomt, kom ik (Nederland) de mijne ook niet na. Ik krijg de indruk dat de Bonairianen hier niet wakker van liggen, morgen kan het namelijk weer anders zijn.
Waar ik de Bonairianen wel over hoor is de angst dat er uiteindelijk te veel makamba’s (dat is Papiaments voor de blanke Europese Nederlanders) op het eiland komen wonen zodat de Bonairiaanse bevolkingsgroep uiteindelijk in de verdringing komt.
Ik moet zeggen dat het verschil tussen de Bonairiaan en de makamba’s op veel punten goed zichtbaar is. De wijken met Dynasty-achtige villa’s (al dan niet aan zee) worden bewoond door de makamba’s. Zij zitten in de restaurants aan de kade in de stad waar de Bonairiaan met zijn auto (inclusief gezin) langs rijdt.
Bepaalde Bonairiaanse families wonen hier al jarenlang en iedereen lijkt wel verbonden met elkaar. Een voorbeeld hiervan is dat de mannen elkaar onderling aanspreken met “swa”, als je dit letterlijk vertaalt betekent dat zwager.
De Bonairianen spreken Nederlands maar hun moerstaal is Papiaments. De Europese Nederlander is vaak een passant (overwinteren, lopen van stage, vakantie) en spreekt geen Papiaments, deze omstandigheden maken het lastig om goed te integreren. Ook het verleden speelt er een rol. Vaak lees ik in de krant nog ingezonden berichten met een verwijtende toon naar Nederland vanwege de slavenhandel die hier in het verleden op grote schaal heeft plaatsgevonden.
Het lijkt soms of de Antillianen en de makamba’s niet met elkaar kunnen maar ze kunnen ook niet zonder elkaar. Dit zal niet anders worden door de band met Nederland te versterken of te verruimen. We zijn tot elkaar veroordeeld.




Hoi Merel,
Met veel interesse heb ik je berichten tot zover gelezen! Over twee weken vertrek ik zelf naar Bonaire om hier mijn afstudeeronderzoek te doen. Ik studeer Culturele Antropologie en ga onderzoek doen naar de beleving en articulatie van de Bonairiaanse identiteit/cultuur nav alle veranderingen die nu gaande zijn. Ik vroeg me af of je het goed/leuk zou vinden als ik je eens mail voor die tijd? Lijkt me namelijk erg interessant om eens gedachten te wisselen met je!
groetjes
Karin