Veel Hollandse namen, maar geen Nederlands
Een andere prachtige zomerse dag. Op het ogenblik hebben we weer een mooie zomer, alle dagen rond de 25 graden. Er zijn dan ook veel vakantiegangers van over de hele wereld. Je ziet veel campervans wat een hele goede manier is om rond het Zuid eiland te gaan.
Elk dorp en stad heeft hele goede openbaar toilets, pickniktafels, en mooie parkjes om te zitten.
En het Abel Tasman districkt heeft van alles om de vakantiegangers bezig te houden.
Tussen het Zuid en Noordeiland is de Cookstrait en dat is met de verry 3uur varen van Picton to Wellington.
Ja achter Tasman kwam na ongeveer 130 jaar de Engelse ondekkings reiziger James Cook en die sloot vriendschap met de maori’s. En dan kwam de emigratie op gang. Veel arme Schotten en Ieren die elkaar moesten helpen om een bestaan op te bouwen. Anders als Austalië waar de gevangen uit Britten werden gezonden, en die moesten vechten om te leven. De Nederlanders kwamen rond de 1950 . En als je hier in het telefoonboekt kijkt zie je heel veel Hollandse namen.
Hier rond Nelson zijn er dan ook genoeg, al merk je het niet. We hebben hier geen Hollanse clubjes zoals in Auckland, wat jongere emigranten hebben het wel geprobeerd, maar dat lukt hier niet.
We ontmoeten wel Hollanders maar we spreken nooit Dutch met elkaar. Ze zijn nu echt Kiwi’s. En dat is de manier om te leven hier, geen groepjes vormen. Ook zijn er veel emigranten uit Azië en van de eilanden, zo als de Cookeilanden, Tonga, Samoa, enz. Maar die blijven meestal rond Auckland in groepjes.
Volgende keer gaan we even rond de top van het Zuid eiland kijken en zien wat daar te zien en te doen is.
groeten Kees.



