Noord-Hollandse luie stadskatjes zijn nu stoere Noorse boskatten
Drie katten wonen rustig aan een plantsoen
Maar wat gaan die rare mensen nu doen?
Zomaar in een vliegtuig gestopt
En in een ander land gedropt.
Noorwegen heeft een van de strengste regelgeving voor het invoeren van dieren. Ze moeten een te controleren chip hebben. Ingeënt zijn tegen hondsdolheid. Er moeten papieren zijn van de bloedproef waaruit blijkt dat er genoeg anti-stoffen zijn aangemaakt. De dieren moeten in de week voor invoer een wurmenkuur hebben gehad. Mocht er alsnog iets niet in orde zijn, dan komen ze het land niet in. Wil je dus dieren meenemen, dan moet je al een half jaar voordat je denkt weg te gaan beginnen met enten.
De voorbereidingen vonden de heren maar niets. Zodra ze de reiskooien zagen probeerden ze zich onzichtbaar te maken. Alleen met list en bedrog konden we ze elke keer in hun kooi krijgen, waarna er een competitie “wie kan het zieligst mauwen” op de achterbank plaatsvond.
Bij ons laatste bezoek aan de Nederlandse dierenarts kregen we voor 2 van de 3 katten een reispilletje mee.
Voor de Witte was dat niet nodig, die weigert principieel pillen te slikken (zelfs de dierenarts kreeg er geen pil in).
De reis zelf was ook nog even spannend, ondanks dat we uit voorzorg de kooien nog eens extra met tape hadden dichtgeplakt was de Rooie toch nog uit zijn kooi ontsnapt in het vliegtuig. Je krijgt echt wel even een hartverzakking als je op het Oslo-vliegveld ineens een lege kooi ziet.Gelukkig hadden ze hem gevangen en bij een van de andere katten gestopt.
Niet alleen voor ons, maar ook voor hen begon er een heel nieuw leven. Ineens woonden ze “op het platte land”. Het rare is dat 2 van de 3 katten een karakterverandering hebben ondergaan. De Witte, die in Nederland te lui was om adem te halen, kwam tot onze en zijn eigen verbazing als eerste met een dooie muis aanzetten. De Grijze, wiens hobby was de Witte pesten, sloot vriendschap met hem. Alleen de Rooie bleef zoals ie was. Onze Houdini, probeert altijd het onmogelijke en slaagt daar wonderwel nog vaak in ook.
Na de wenperiode vermaakten ze zich prima, vooral de Grijze bleef nachtenlang weg. Net tegen de tijd dat we echt ongerust werden ( zou ie door een vos opgegeten zijn?) kwam ie weer aanwandelen,vrat de voerbak leeg en ging minstens 24 uur slapen.
Onze stadskatten veranderden langzaam maar zeker in boerenkatten.
De eerste winter kwam. Sneeuw, meer dan een meter. De Rooie vond het fantastisch. Springend als een eekhoorn, glijen, je zag hem lachen. De Grijze vond de sneeuw ook prima, totdat….. Hij in een schuur zat, en de sneeuw zo hoog kwam te liggen dat ie er niet meer uitkon. Gelukkig hebben we onze katten leren “praten”en na veel roepen kregen we antwoord. Q. moest hem tijdens een sneeuwstorm uitgraven.
Sinds die dag ging de Grijze niet meer naar buiten zolang er sneeuw lag, en het jaar erna ook niet meer. Bij de eerste sneeuwvlokken ging ie voor de kachel liggen en kwam er pas weer vandaan nadat het grootste deel van de sneeuw weer verdwenen was.
Waren ze net echt gewend, gingen we wéér verhuizen. Deze keer het bos in. Ze vinden het hier heerlijk. De Witte is nog nooit zo actief geweest. Met weer en wind wil ie naar buiten. Staat het liefst tot zijn enkels in “zijn” plas en bomenklimmen is ook geen probleem meer voor hem. De Grijze komt met een gevangen vleermuis thuis en ook vlinders zijn voor hem niet veilig. In het afgelopen jaar heeft hij zijn sneeuw-trauma verwerkt dus ook hij gaat weer lekker de sneeuw in.
En de Rooie “helpt” ons altijd als we buiten bezig zijn. Dat helpen staat vooral voor het pontificaal in de weg zitten bij het sneeuwruimen, of grasmaaien , of het zich tussen jou en je zaagmachine wurmen om te kijken of het wel allemaal goed gaat.
Kortom, onze katten hebben zich prima aangepast aan hun nieuwe woonomgeving, ze nu bevorderd tot Noorse boskatten.




Over een paar weken mogen onze dieren ook lekker mee naar Zweden, maar of het ooit stoere bos katte worden de 1 zal wel 2 weken achter de bank gaan zitten en de ander zal de weg naar huis wel niet meer vinden. Maar dit stukje geeft me hoop. groetjes Robin.