Subaru van 25 jaar oud met gordijntjes en dagwaarde van blik halal doperwten


Het verkeer in Israël is niet helemaal vergelijkbaar met dat in Nederland. In grote lijnen zijn de verkeersregels dezelfde maar de weggebruikers geven er hier toch een verschillende uitleg aan. Behalve in een vlakke stad als Tel Aviv waar je een enkele mountainbike ziet slingeren, zorgen de heuvels in de rest van het land, gecombineerd met de warmte, dat autorijden zowel prettiger als noodzakelijk is.

Er zijn goede bus- en treinverbindingen maar dit is een land van individualisten. Op de wegen is het daarom druk. Dit, plus de houding van wie-doet-me-wat die veel andere bestuurders hebben in de veilige beslotenheid van hun wagens, maakt van bijna elke rit een belevenis.

Enkele ongeschreven regels in het verkeer:

Rechts inhalen moet als het links niet ogenblikkelijk lukt.

Geef nooit richting aan; de ander heeft er niets mee te maken waar jij heen wilt.

De maximumsnelheid is eigenlijk de minimumsnelheid voor volle bussen en zware vrachtwagens. Gewoon verkeer scheurt daar dan weer links en rechts voorbij.

Iedereen is verplicht te toeteren als je 1 seconde wacht nadat het licht van rood via oranje op groen springt.

En dit zijn dan nog de ‘gewone’ Israëli’s. De Arabieren –steevast rijdend in een Subaru van 25 jaar oud met gordijntjes en een dagwaarde van een blik halal doperwten- voegen daar hun eigen stijl aan toe: minstens 1 koplamp moet zo afgesteld staan dat tegenliggers verblind worden en als je erachter rijdt zie je niets door de rook.

Je zou haast denken dat de pakkans klein is maar dat is beslist niet waar. Waar je ook rijdt, om de paar kilometer staat een politiewagen op de vluchtstrook met een staande gehouden auto. Mijn vrouw heeft een deel van haar dienstplicht bij de verkeerspolitie uitgezeten en zij zegt dat de boetes niet mals zijn. Misschien denken bestuurders dat ze zich er wel uit kunnen kletsen of problemen kunnen ontlopen met een geldelijke bijdrage. Maar dat schijnt hier op dat niveau echt niet voor te komen.

Ik heb dat weleens anders meegemaakt.  Als tiener mocht ik een paar keer mee met een Nederlandse vrachtwagen op weektrips naar Zuid-Frankrijk en Italië. Dat waren groupageritten met meerdere los- en laadadressen in diverse departementen of regio’s. Maandagochtend vreselijk vroeg (voor een 16-jarige) op weg en in de loop van vrijdagmiddag weer thuis.

De reis naar en door Italië was het meest memorabel. Het begon al om half zes ’s ochtends toen de chauffeur zich voorstelde met “Hallo, ik ben Bauke. Ga maar vast naar de wagen want ik moet eerst een krenterige lap schijten. Dat was in Noord-Scharwoude, dus hij zei: skijten.

Het spijt me oprecht als u nu uw boterham pindakaas-met-stukjes terzijde heeft geschoven, maar ik moest dit kwijt. Bauke kennelijk ook want even later startte hij opgeruimd zijn dertig tonner diesel en waren we op weg. Aan de zuidkant van de Brennerpas werden we aangehouden door de carabinieri.

Bauke schoof geroutineerd zijn raampje open en overhandigde de blauwpetter ongevraagd zijn tachograafschijf met een briefje van tienduizend lire eronder. Alles bleek nu in orde en de tachograafschijf ging weer terug onder het stuurwiel. Het geld ging waarschijnlijk dezelfde dag naar een trattoria in de buurt.

Terug naar Israël. Laat me de indruk wegnemen dat meedoen aan het verkeer hier een soort Russische roulette is. Zoals overal elders is de kans groot dat je veilig op je bestemming aankomt als je alert blijft en voldoende rijervaring hebt. Lezers die zijn gaan twijfelen over een fly-drive vakantie in Israël kunnen beslist met een gerust hart komen.

Huur een auto maar niet de allerkleinste want in Jeruzalem had ik met een goedkoop maar minuscuul automaatje de grootste moeite de bergen  te bedwingen. Harder dan 40 ging het kreng op het laatst niet meer. Tweede tip: neem vooral een auto met navigatie. Langs de grote wegen is er niets mis met de bewegwijzering maar eenmaal in de stad ben je puur op richtinggevoel aangewezen. En de drukte maakt dat je weinig tijd hebt om bordjes te vinden.

Van noord naar zuid loopt dwars door het land een prachtige snelweg; de Yitshak Rabin Highway, ook wel de 6 genoemd. Het is een ruime vier- en soms zesbaans autobaan die links en rechts de vele gezichten van dit gastvrije land laat zien. Tanken is lastig als je een tankautomaat treft. Alle creditcards worden geaccepteerd maar de aanwijzingen op het display zijn alleen in het Hebreeuws en er wordt gevraagd om je persoonsnummer en je nummerbord. Meestal volstaan willekeurige nummers gelukkig. Boven de 6 hangen duidelijke borden met in het Hebreeuws, Arabisch en Engels de afslagen naar bijvoorbeeld Tel Aviv, Jeruzalem, Eilat en de Dode Zee. Ach, de  Dode Zee…maar daarover later meer.

De huidige regering probeert er nu een vervoersplan ter waarde van vele miljarden Shekels door te drukken. De plaatsen in het oosten en de zuidelijke Negev woestijn moeten zo meer bij het  economische en culturele centrum (lees Tel Aviv) betrokken worden en er moet een verbeterd spoorwegnet komen. Er zijn hier ook genoeg lobbygroepen met eigen agenda’s maar het  zal allicht sneller gaan dan in Nederland waar we gerust decennialang kunnen nadenken over een paar kilometer A4.

Informatie en Links

Doe mee door te reageren, te volgen wat anderen hebben te zeggen, of door van uw blog naar hier te linken.


Andere Berichten

Reageer

Vertel ons wat u vindt. Sommige HTML-tags zijn toegestaan.

Reacties van lezers

Hoi Markjan, leuke omschrijving van het verkeer daar.

Ik ben zelf ook door Israël wezen reizen met een auto en dat ging (ondanks de drukte) prima.

Was wel wennen aan toen ik langs de controlles moest bij de Westbank en langs de grens van Syrië reed.

Ook aan de grens met Gaza was een ervaring (kon er niet door overigens).
Wat mij opviel is dat veel mensen o.a. soldaten liften dus die heb ik ook maar een keer meegenomen.