Wat ik hier in China doe? Gelukkig zijn! En taijichuan
Kunming, 22 april 2010. Een introductie over mezelf voor de wereldeditie van het Noordhollands Dagblad schrijven. Waar moet je dan beginnen? Bij het begin. Geboren (1958) en getogen in Oudorp NH, nu een wijk van Alkmaar. Vader en moeder ook beide Oudorpers. Middelbare school in Alkmaar, dan naar Amsterdam en Den Haag voor secretaresse-opleiding. Na enige omzwervingen in 1990 weer teruggekomen naar Alkmaar en toen vond ik het daar plotseling wel heel leuk, leuke woning, leuk werk, sportschool, roeivereniging, gezellige vriendenkring en een lieve vriend.
Maar in 1998 werd er borstkanker geconstateerd en toen veranderde mijn leven. Van een drukke baan en hectisch leven, plotseling thuis op de bank en na alle drukte van operaties en verdere behandeling, een vermoeidheid, die vaak heftig en plotseling kon toeslaan. Dat was een levensgrote omschakeling voor me en zeker niet een situatie waar ik me bij neer wilde leggen. Na enige pogingen mijn werk weer te hervatten, moest ik dat opgeven en ook ander werk wilde niet lukken door mijn labiele gezondheid. Door de grote veranderingen in mijn leven en in mijzelf kwam ook mijn huwelijk tot een eind.
Toen ontdekte ik qi gong (chi kung) een Chinese manier om lichaam en geest weer op een lijn te krijgen. Veel ontspannende oefeningen, meditatief en eenvoudig. Ik voelde dat dit me zou kunnen helpen. Na enige jaren intensief geoefend te hebben en een opleiding tot docent, besloot ik bij het buurthuis te informeren naar een kleine ruimte waar ik met een paar mensen zou kunnen oefenen.
Daar bleek al een groep te zijn, maar zonder docent en zo begon mijn “carrière” als qi gong docent. Van het een kwam het ander en op een gegeven moment had ik zes groepen in Alkmaar en omgeving. Dat was teveel. Het werd wel steeds leuker om les te geven, omdat je daar natuurlijk ook ingroeit. In 2009 gaf ik 4 groepen les in Mare Nostrum, het wijkcentrum bij De Mare in Alkmaar Noord. Lekker dicht bij huis en een mooie grote zaal.
In 2006 ging ik voor het eerst naar China, naar Kunming, de hoofdstad van de provincie Yunnan. Mijn qi gong-leraar stuurde me daar heen. In mijn eentje op reis, maar ik werd liefdevol opgevangen door een Chinese familie. Hun zoon was een vriend van mijn leraar. Voor mij was het alsof ik thuiskwam. Alles voelde vertrouwd en ik genoot met volle teugen van de mensen, hun blijdschap ondanks de armoede die duidelijk zichtbaar was.
Toen ik in Nederland terug was, zeiden sommige mensen een soort van verbaasd te zijn dat ik was teruggekomen. En daar hadden ze vermoedelijk ook wel een beetje gelijk in. Het voelde als thuiskomen daar in China en niet omdat ik niet van Nederland hou, zeker niet. “Ik hou van Holland” staat op mijn ipod.
Daarna ben ik ieder jaar weer naar China geweest met als gevolg dat ik heb besloten een half jaar in Chengdu te wonen. Vorig jaar was ik hier ook en heb vrienden ontdekt, die er nu voor gezorgd hebben dat ik een klein appartementje heb.
Daar zit ik nu mijn introductie te schrijven, Chang Fu New City, heet dit complex. Flats van 25 etages met bij iedere liftkolom ongeveer 250 woningen. Ik kijk uit over de oprijlaan naar de grote “Griekse” poort. Veel groen om de flats en voor de poort een rivier (met vies water, maar dat komt ook nog wel eens goed).
En wat doe ik hier? Gelukkig zijn!
En taijichuan, een chinese bewegingsvorm, tevens krijg ik iedere week een acupunctuurbehandeling en drink mijn chinese medicijnenkruidendrank, die Prof. Dr. Song Xin mij wekelijks voorschrijft. Hij is leraar aan de universiteit in Chengdu en een van meest vooraanstaande kruidendeskundigen van China.
Ik kook over het algemeen mijn eigen potje op mijn eenpittertje. Ik eet twee à drie keer warm. Soms komt een vriendin ’s morgens bij me om samen qi gong te doen. Of ik ga naar mijn taijichuan-leraar om daar chinees te leren en hem wat engels bij te brengen. Dan blijf ik daar ook meestal eten. Dan een middagdutje en om drie uur op naar de tempel, Qing Yang Gong (Green Ram Temple). Daar beginnen we met een half uur stilstaan met de neus richting het zuiden. Daar word ik altijd heerlijk warm van, hoe vreemd het ook klinkt, maar de energie begint behoorlijk te stromen en mijn handen zijn heet.
Dan warming-up oefeningen en voor mij volgen dan taiji-oefenloopjes, waarbij je leert voelen waar je je voet moet neerzetten, balans te vinden, vanuit je buik (dantian, uitspraak: tantjen) te bewegen, een goede houding te hebben met een rechte rug maar toch geheel ontspannen en vermoedelijk nog veel meer. Ik vind dit heerlijk. Anderen zijn ook bezig met push-body oefeningen. Maar omdat men daarbij vaak op het borstgedeelte drukt, is dat voor mij niet zo prettig doordat ik daar bij druk een uitstralende pijn voel. Het is wel een fantastische manier om in je centrum gedrukt te worden.
Als je daar niet bent, duwt je partner je met één vinger weg. Het is fantastisch om te zien hoe grote kerels proberen He sifu (mijn leraar en 6e generatie Yangfamilie master), uit zijn evenwicht te brengen, maar hij staat aan de grond gekleefd, zo klein als hij is. Zijn glimlach is ook een genot. Ondanks alle tegenslagen die hij op het moment te verwerken krijgt, is hij een blij mens. Heerlijk.
Tussen alle oefeningen door drink ik mijn warme watertje of soms thee uit mijn thermosflesje. Bijna iedereen loopt hier mijn zijn thermosflesje of een soort jampot met thee. En dan na een paar uur oefeningen, begin ik aan de 115 bewegingen-vorm van de Yang-stijl taijichuan. In Nederland heb ik de 60 bewegingen-vorm van William Chen geleerd.
Dat helpt wel, maar iedere leraar heeft weer andere punten waaraan belang wordt gehecht. De manier waarop He sifu de vorm doet is voor mij ultiem, prachtig om te zien. Ondanks dat ik de opeenvolging van de vorm niet kende en die vorig jaar meedeed, stond ik aan het eind te zinderen van de energie. Dat emotioneerde me en ik voelde ook een enorme dankbaarheid. Met de bewegingen worden allerlei functies van het lichaam aangezet en dat is duidelijk te voelen.
Als ik naar sifu’s bewegingen kijkt voel ik als het ware in mijn eigen lichaam wat er gebeurt en blijkt het ook redelijk makkelijk te onthouden. Mijn lijf weet gewoon waar ik heen moet, als ik tenminste mijn hersenen op een laag pitje houd. En dat lukt wel na 2 à 2,5 uur training. Ik dacht een klein stukje van de vorm te leren, maar binnenkort rond ik het eerste gedeelte van 60 bewegingen af. Ik ga als een sneltrein, maar daar hou ik het dan vermoedelijk wel even bij. Maar we zien wel, wees als water en go with the flow, ga met de stroom mee.
En dan sluit ik af met de groet, die je hier vaak hoort: Manman zou (manman dsoow), wat me meteen weer aan West-Friesland doet denken: Doe ‘t kallum an, hoor.
Heerlijk toch?
Jolanda Mul
vanuit Chengdu, Sichuan, China.




Een mooi verhaal
Goed om te lezen.
Zo volgt iedere rivier zijn eigen bedding. Go with the flow, maar blijf wel zelf zwemmen.