De meest in het geheim gefotografeerde onbekende Nederlander
Vandaag stuitten de mensen die de Chengdu Metro aanleggen aan het eind van onze straat op een bron. Helaas was het de waterleidingbuis. Met als gevolg dat we geen stromend water hebben.
Maar niet geklaagd. Vanmorgen stond daar meteen een tankwagen met water op de oprijlaan van het wooncomplex en alles wat lopen kon kwam naar beneden met emmertjes, pannetjes, fluitketels, grote waterflessen, kortom alles wat maar water kon bevatten werd uit de kast gehaald.
Toch raakt zo’n wagen leeg. En tot mijn verbazing bleven er mensen urenlang braaf wachten op de volgende lading. Wat dat betreft zijn Chinezen toch heel geduldig. Rond etenstijd verdwenen de mensen en bleven de emmertjes, maar daarna druppelden (mooie term in dit geval) weer de oprijlaan op, totdat er weer een aardige groep ontstond. “Hoe meer zielen, hoe meer vreugd” is vermoedelijk een van oorsprong Chinese uitdrukking.
Schijnbaar nutteloos rondhangen (zo ziet ‘t er voor een ‘haastige’ Nederlander uit) doe je liefst met veel mensen om je heen. Als iemand inderdaad iets doet, dan komen daar onmiddellijk allerlei mensen erom heen staan. En allerlei gezellige gesprekken worden aangeknoopt. Je vraagt je af of ze elkaar allemaal persoonlijk kennen, maar dat is geenszins het geval. Ze houden wel van een gezellig babbeltje. Als Nederlander zou je zo mee kunnen doen en de hele dag van de ene gezelligheid in de andere vallen. Ik moet vaak aan Amsterdam denken, waar in de buurten waar ik gewoond heb, ook altijd iedereen gesprekken met elkaar aanknoopte op straat. Heerlijk.
Maar ik versta er dus bijna niets van en met handen en voeten praten is nog niet een van de Chinese kwaliteiten. Ze zijn gewoon nog niet gewend dat mensen ze niet verstaan. Wij zijn wat dat betreft wat inventiever. Als er iemand van een andere Chinese provincie met een vreemd accent spreekt, dan kunnen ze elkaar altijd nog begrijpen door het op te schrijven, want het schrift is overal hetzelfde. Ik herinner me het eerste jaar (2006) in Kunming toen een schat van een vrouw het ei van Columbus dacht te hebben uitgevonden en gauw een karakter opschreef en het mij triomfantelijk voorhield. Zo van: en nu moet alles duidelijk voor je worden!!! Ook de gebaren zijn totaal anders. Als wij 10 bedoelen, steken we alle vingers in de lucht, maar hier kruisen ze twee vingers omdat je 10 zo (+) schrijft in het chinees.
Maar als er dan iemand mij in het Engels durft aan te spreken en ook nog te woord wordt gestaan, dan stroomt de rest toe. Gisteren nog in de tempel een meisje: “Can I take a picture with you?” En dan plotseling staat er een hele groep tieners om me heen en klikken overal de camera’s en gsm’s. En ze schijnen helemaal in de wolken te zijn omdat ze een foto hebben gemaakt met een grijsblonde dame van 51. Hoe makkelijk kun je mensen gelukkig maken! De dag ervoor dezelfde taferelen in het park, waar ook drommen jonge mensen wandelen en foto’s maken bij bonsai-boompjes en beelden van bekende dichters. En dan plotseling een nieuw fenomeen: moi. Misschien kom ik nog in het Guinness-book of Records als meest “in het geheim gefotografeerde onbekende Nederlander”.
Als ik wat onzeker over mijn uiterlijk zou zijn geweest, dan was dat hier snel verdwenen. Hoe vaak ik wel niet gehoord heb dat ik “piao liang” ben! Eerst zei een man dat over mijn fiets. Ik dacht dat hij me vertelde dat ik niet zo tegen zijn fiets aan moest raggen en bood mijn excuus aan. Ach, ik was nog maar net weg uit Nederland….. Maar hij vond mijn fiets dus mooi. Issie ook, ik probeer hem nu zo vies en grijs mogelijk te laten worden, om een beetje mee te kleuren met de rest.
Tja, die fiets staat dus ’s nachts in de fietsenkelder. In die kelder woont de fietsenbewaker. Hij slaapt daar, kookt daar, ontvangt zijn gasten. Mijn fiets wordt, met enige andere, extra bewaakt met een grote zware, stoffige ketting door het achterwiel. Ik zie er altijd een beetje tegenop om mijn fiets te halen vanwege het verslepen van fietsen en ketting. Gelukkig helpt hij me vaak en de laatste dagen zijn de fietsen zelfs van de ketting af. We hebben ook videobewaking gekregen. Toch is het voor ons onvoorstelbaar dat iemand twee verdiepingen onder de grond moet leven om zijn brood te kunnen verdienen. En de stalling kost me het luttele bedrag van 8 euro per half jaar……
De arme mensen proberen op vele manieren het hoofd boven water te houden. Hier om de hoek waren allemaal kleine winkeltjes. Ik verwonderde me steeds over hoe ondiep ze waren, maar er zaten een groenteman, schoenmaker, kapper, kledingzaak en nog veel meer. Het verste zaakje was bezig de boel op te knappen, likje verf, nieuwe ramen. En de volgende week was alles weg. Het bleek een soort galerij te zijn, waar mensen vermoedelijk illegaal een winkeltje waren begonnen. Duidelijk geen opzegtermijn. Ik vind het jammer, het was er altijd gezellig en nu is het kaal.
Ook mijn taijichuan-leraar is in de tempel zijn “kantoortje” kwijtgeraakt. Vorig jaar ging ik er ’s morgens al heen en studeerden we samen chinees en engels. Zonder reden kun je dus zo op straat staan. Het blijkt nu dat iemand had bedacht dat yang-stijl taijichuan niet tot het cultuurgoed van China behoort. Er wordt nu Wudang-stijl les gegeven vanuit hetzelfde kantoortje. Wij verhuisden naar de tuin van de tempel om rond 17.00 uur weer terug te keren naar het plein waar we altijd trainden.
Totdat iemand een paar weken later bedacht dat alle bomen gerooid moesten worden om plaats te maken voor een nieuw gebouw. Vrolijk, maar toch met enig knarsetanden, belandden we in de zijgalerij van de tempel van Lü Dong Bin (mijn favoriete onsterfelijke). Ik vind het daar heerlijk en bewonder mijn leraar, He sifu, om zijn flexibiliteit, aanhoudende blijheid en liefdevolle benadering van de hele situatie. We kunnen in het Westen nog veel leren van het wijze oude China, maar helaas zijn ze massaal bezig te proberen net zo gek te worden als wij. Gelukkig merk ik dat ik, door hier het Chinese erfgoed te promoten, sommige Chinezen aan het denken zet en soms overduidelijk de ogen zie openen: “Zou er in de vuilnisbak van de Culturele Revolutie toch nog iets waardevols zitten?” Dat maakt me heel blij, want het taoisme (is overigens geen godsdienst) heeft vele schatten.




Dag Jolanda, ik denk dat ik maar eens naar je toe kom….Het klinkt allemaal erg aantrekkelijk. Voorlopig die ik het maar met het eten van rijst en wacht maar af hoe het leven verder gaat. Gezellig om je verslag te lezen. Liefs, nicole