Het rode potlood


In de media wordt ons breed uitgemeten, wat de Grieken vooral niet kunnen. Een land besturen bijvoorbeeld, en daarvoor een fatsoenlijke boekhouding bijhouden. Ladenlichten, zakkenvullen en zwartverdienen kunnen ze daarentegen uitstekend – volgens dezelfde media. Tot zover geen nieuws – die kunstjes zouden ze van ons geleerd kunnen hebben. Uit eigen waarneming kan ik daar nog het multitasken aan toevoegen. Daar hebben ze geen computer voor nodig, dat lijkt genetisch bepaald.

Het postkantoor hier heeft één balie en iedereen is altijd tegelijk aan de beurt. Geen Hollands gedoe met nummertjes, zoemers en angstig loeren naar het juiste loket. De beambte voert vanachter de balie met iedereen een geanimeerd gesprek, terwijl hij intussen stempels zet, formulieren vult of bankbiljetten telt. Ik kom mijn post ophalen en wil aansluiten bij de rij, maar die is er dus niet. Wel een achttal personen in de ruimte voor de balie. Onduidelijk is, of zij ook wachten of ‘in behandeling’ zijn. Ik wil net mijn naam opschrijven, als ik die opeens tussen het negenstemmig Grieks meen te herkennen.

Er gebeurt echter niets, het groepsgesprek gaat zonder enige hapering verder. Ik wil mijn vraag over de balie roepen, maar ergens vermoed ik, dat het zover niet zal komen. Na nog twee volle minuten multitasking komt uit de belendende ruimte een tweede beambte. In zijn hand een officieel ogende envelop, die hij zwijgend en zonder aarzelen aan mij overhandigd. Ik lees mijn volledige naam door het venster van de envelop. Op mijn verraste reactie biecht hij op, dat hij mijn naam stiekem al boven zijn bureau had geprikt. Voor het geval dat. Ook beambte Multitask reageert betrapt als ik laat weten, dat ik nu weet, dat hij nu weet, wie ik ben. De omstanders reageren niet; zij weten niet beter.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken erkent mij als briefstemmer met een nummer in de linker bovenhoek en zendt mij daartoe een kandidatenlijst, een witte envelop met ‘stembiljet’ erop en een als luchtpost te frankeren knaloranje retourenvelop. Ik mag niet op het stembiljet schrijven of tekenen en moet het zodanig opvouwen, dat de namen van de kandidaten niet zichtbaar zijn. Daarentegen moet mijn briefstemnummer wel degelijk zichtbaar zijn door het venster van de oranje retourenvelop. Het geheel dient uiterlijk om 15:00 uur op de verkiezingsdag weer in het bezit van het ministerie te zijn. Tot zover de do’s en don’ts. Het enige waar ik vrij in ben, is het kiezen van één van de kandidaten. Het vakje voor die naam mag ik rood maken. Met potlood. En daar begint mijn probleem.

In Nederland zijn de stemcomputers afgeschaft. Onbetrouwbaar, zeggen de mensen die het weten kunnen. Ik vind het prima, want ik voelde me altijd een beetje bekeken. Als ik de kandidaat van mijn keuze had aangetoetst, moest zo’n machine dat altijd zonodig bevestigen. ‘U heeft gestemd’ las ik dan. Ja, alsof ik dat zelf niet wist! In zo’n computerbrein hoeft echter maar één bitje los te zitten, of je krijgt antwoorden als: ‘Goed gedaan, moppie!’ of: ‘En nu weet ik lekker ook op wie!’.

Nee, geef mij het stemhokje maar. Daar kan ik mij in alle rust voorbereiden op het uitoefenen van mijn democratisch toegekende recht. Na een rustgevende wandeling langs de tafel van het stembureau wordt mij een hokje toegewezen. Ik sluit het gordijn achter mij en vouw het stembiljet open. Met het potlood achteloos in mijn hand stel ik ‘de daad’ nog even uit. Ik constateer, dat ook mij volslagen onbekende politici zich hier ongevraagd met hun voornaam aan mij opdringen. Pardon, mevrouw Ank, nummer 17 van de Dieren Unie, heb ik met u op school gezeten? Hé, Jaap Jan, ouwe rukker nummer 11 van de Vrije Christen Bond! En nu moet ik opeens op jou stemmen, zeker? Getver.

Ik zie ook, dat er partijen zijn, waarvan ik de naam niet eens ken. Of die zelfs hun eigen naam niet hebben kunnen bedenken. En waar komt toch dat belachelijke aantal namen per lijst vandaan? Zijn die kandidaten niet gewezen op het feit, dat het aantal plaatsen beperkt is? Of is het een soort showing off, om te demonstreren, ‘dat wij zó’n fijne partij zijn’? Waarvoor iederéén wel kandidaat wil zijn? En wat bezielt die lijstduwers toch, om hun ego te laten strelen door met hun naam op de laatste plaats te pronken? ‘Ja, mensen, ik hoor er toch nog een beetje bij!’ Waar is Prof. Dr. Ir. Akkermans als je hem nodig hebt? Zijn naam wordt nergens genoemd, concludeer ik na een minutieuze ministudie.

Dan wordt het gordijntje tamelijk bruusk opzij geschoven. Rechts van mij staat de voorzitter van het stembureau. Links herken ik de vrouw, die de volgnummertjes uitdeelt. De voorzitter neemt mij van boven tot onder op, dan fixeert zijn blik zich op het rode potlood in mijn hand. ‘Lukt het?’ opent hij met een zucht. ‘Ik bedoel, u weet toch wel hoe het moet? Heeft u soms hulp nodig?’ Het stembureau is opeens gevuld met stemmers, maar stemgeluid ontbreekt. De rij langs de tafel stagneert door het ontbreken van twee teamleden. Iedereen kijkt naar mijn inmiddels geheven rode potlood. ‘Jazeker’, wijs ik verstoord naar de stompe bovenkant. ‘Heeft u misschien een puntenslijper in deze maat?’

Dan herken ik mijn probleem. Bij het biljet van het ministerie wordt weliswaar de steminstructie en de retourenvelop geleverd, maar niet de privacy van het stemhokje! Stemmen per brief blijkt identiek aan stemmen in de open lucht! Ik haast mij met mijn papieren naar mijn kafenion en vlucht zonder groeten het toilet in. Ik blokkeer de deur met een voet en ontvouw mijn stembiljet. De ventilator kalmeert zoemend mijn gemoed: hier zit ik, in de beslotenheid van mijn eigen stemhokje. Maar zonder potlood.

De film spoelt versneld achteruit. Als een comedy caper kom ik achteruit racend thuis, nadat ik drie euro op te toonbank heb gesmeten voor een blikje kinderkleurpotloodjes, dat ik achterin een morsig loterijkantoor heb gevonden, waarnaar ik mij, vanuit het kafenion haastig winkel uit, winkel in rennend, het schokkende superachthompeschompes heb gezocht. De film stopt op mijn toilet. Ik wrik de dop van het kindvijandig gesloten blikje open en negen houtjes klateren op de tegelvloer. Als ik mij buk om uit deze mikado de juiste kleur te pakken, valt het licht uit. In het donker kras ik mijn kandidaat aan en uit balorigheid vouw en lik ik alles ter plekke dicht. Het land is gered. Op 9 juni is het uw beurt.

Dandalos.

Informatie en Links

Doe mee door te reageren, te volgen wat anderen hebben te zeggen, of door van uw blog naar hier te linken.


Andere Berichten

Reageer

Vertel ons wat u vindt. Sommige HTML-tags zijn toegestaan.

Reacties van lezers

Geef de eerste reactie!