Eten wat de pot schaft in Ghana: fou fou
Op zondag na kerktijd hoor je overal in de stad en dorpen een dof gestamp: het fijnstampen van de fou fou. Dit is een van de traditionele gerechten in Ghana.
Fou fou is fijngestampte bakbanaan en cassave. Dit stampen gebeurt in een grote veelal houten kom. Een vrouw stampt met een lange stok, een ander voegt water aan het deeg toe en keert het geheel regelmatig. Toen ik dit eens probeerde snapte ik waar de gespierde armen van de vrouwen vandaan komen: het stampen is een razendzware klus.
Daarnaast is concentratie vereist. Je wilt tenslotte niet op de hand van je metgezel stampen. Ik heb mijn lerares voor de zekerheid gevraagd haar handen uit de buurt te houden om ongelukken te voorkomen. Groot gelach was het gevolg. Als de fou fou klaar is wordt die bewaard om gedurende de week tijdens de maaltijden te gebruiken.
De fou fou wordt geserveerd in een pittige pindasoep met vis of geitenvlees. Ik heb me al een aantal keren moeten beheersen niet te gaan piepen toen ik een stuk dik geitenvel in mijn soepje zag drijven. Ik houd mezelf voor dat dit altijd nog beter is dan de geroosterde marmot of vleermuis die ik op de markt ook regelmatig tegenkom. Om van de slakken zo groot als mijn vuist maar niet te spreken. Ieder zijn smaak zal ik maar zeggen. Dus: in een grote kom pittige soep, ligt een bal deeg (fou fou) en wat ‘vlees’ en/of vis.
Nu komt de uitdaging van het eten: met je rechterhand trek je een stukje van het deeg los (het is nogal plakkerig) en rolt met je vingers een balletje daarvan. Met je duim druk je er een kuiltje in, laat het vollopen met soep en probeert het geheel dan in je mond van je vingers los te maken. Slobberen is geen bezwaar. De truc is het balletje op je vingers te laten rusten en met je duim het deeg ervan af te duwen. Dit alles in je mond natuurlijk.
En wat als je niet van fou fou houdt? Dan is er altijd nog banku, een soortgelijk gerecht maar dan gefermenteerd (en dus zuur!). Of wat te zeggen van een versie gemaakt van mais of een versie gemaakt van ieder minder fijn gestampte ingrediënten?
Maar voor je je eerste hap van een van de lokale gerechten in je mond hebt gestoken is er werk aan de winkel. Bestek wordt hier alleen voor rijst gebruikt. Voor de overige maaltijden wordt de rechterhand gebruikt. Alleen de rechterhand!
Op de tafeltjes van de eetgelegenheden staat een afwasbak, een tube afwasmiddel en een kan water. Met de linkerhand doe je wat zeepsop op je rechterhand om vervolgens water over deze hand te gieten. Met je vingers van je rechterhand moet je zorgen dat alle zeepsop met het water in de afwasbak verdwijnt. Met een veelal verrassend schoon lapje droog je je hand vervolgens af. Persoonlijke tip: om zeker te zijn dat je je linkerhand niet gebruikt, kun je deze onder tafel houden of beter nog: erop gaan zitten.
Wat ik me voor vertrek naar Ghana nooit had gerealiseerd is dat ik het Nederlandse eten zou missen. Een zoute haring, een bruin vers stokbroodje geitenkaas, mijn verlanglijstje wat eten betreft wordt steeds groter. Hoe blij was ik laatst met de per post opgestuurde appelstroop en hagelslag. Om maar niet te spreken van de kilo kaas die mijn collega VSO collega meenam na een familiebezoekje. Het goede nieuws is dat zelfs die deegbal die ik de eerste weken als onmogelijk beschouwde is gaan wennen. En inmiddels kan ik werkelijk genieten van een bordje Kenkey met hete peper en gebakken vis. Eet smakelijk!



