Stiekem fotograferen op de taoistische heilige berg
Eindelijk is mijn tai chi tao collega en vriend Pieter Gilles dan toch gekomen (we hebben jaren geleden samen de opleiding gedaan). Vlak voor de eerste poging kreeg hij een gemene ontsteking en moest de hele trip worden afgeblazen. Vorige week zaterdag is hij dan toch gearriveerd. Laurence is de woensdag ervoor naar Parijs vertrokken, dus ze wisselden elkaar mooi af.
Het weer is nog steeds niet helemaal ‘s zomers, maar gelukkig voor Pieter (en mij), want het is hier binnen toch nog 26 graden en buiten misschien nog wel warmer. Het is nu wel goed uit te houden. Vooral ‘s avonds is het heerlijk om buiten te zitten. Gisteravond zaten we ook weer onder het genot van een glas jasmijnthee (met grote kan water om bij te schenken) in grote luie rieten stoelen tv te kijken om de hoek bij mijn wooncomplex.
Op de stoep weliswaar, maar die is daar erg breed en met een groot tv-scherm, waar we ook al een paar keer de voetbal hebben kunnen volgen. Het WK voetbal wordt hier intensief bekeken, hoewel China niet meedoet. Bij een doelpunt hoor ik zelfs diep in de nacht (+ 6 uur Nederlandse tijd) nog allerlei kreten uit de gebouwen komen. Als hapjes nemen we soms gekookte pinda’s in de dop en soyabonen nog in hun groene jasje.
Helaas voor Pieter is He sifu deze weken vaak weg. Dat was al gepland. Daarom zijn we met z’n twee op de trein gestapt naar Qing Cheng Shan, dat is de taoistische heilige berg hier in de buurt. We hebben daar ook in een van de tempels geslapen. Dat was zeer luxe, vergeleken met Wei Bao Shan, waar ik drie jaar geleden met Adria gelogeerd heb. We hadden nu ieder een zeer ruime kamer met douche en toilet en muggengaas voor de ramen.
Op die andere berg in Yunnan liepen de muizen door onze kamer en moesten we naar de wc buiten de poort van de tempel. De wc was een rechthoekig gemetseld gat, waar je gezellig met twee mensen tegelijk van een kant boven kon hangen. Je moest geen evenwichtstoornis hebben, want als je achterover viel……. Ouderwets genieten dus. Maar hier was alles naar westerse standaard aangepast.
Een uur hadden we nog wat veel lawaai vanwege een groep oudere Chinezen die ook (gelukkig aan de andere kant) bleven slapen. Voor hen geldt vermoedelijk: hoe meer herrie, hoe meer vreugd. Of ze zijn gewoon bang van de stilte. Maar tot ons geluk gingen ze met de kippen op stok en daarna konden we nog even intens genieten van de geluiden van het regenwoud.
De volgende ochtend om 5 uur werd er op een trommel geslagen, daarna op een houten instrument, dan een metalen instrument, daarna geloof ik, alles tegelijk en er werden soetra’s gedeclameerd. Na een half uur stopte het weer, maar de taoistische dag was duidelijk begonnen, later nog wat tromgeroffel en getingel, maar geen half uur lang. Onze kamers lagen naast deze tempel en alles was duidelijk te horen. We hadden ons voorgenomen om 7 uur op te staan. Nog even wat oefeningen, maar tijdens mijn taiji-vorm begonnen het te motregenen. Beneden was een monnik ook zijn vorm aan het draaien, maar nu snapte ik waarom hij het daar deed, de beschutting van een grote boom hield hem droog.
Om 8 uur werden we gehaald door een tempelvrouwtje, dat ons meenam naar een kamer waar nog wat monniken en ook een Franse gast zaten te ontbijten. Rijstpap met daarnaast wat adukibonen, een soort zure kool en geroerbakte pinda’s en tevens gestoomde broodjes. Klinkt misschien raar in Hollandse oren, maar het is best lekker. Dat eet je natuurlijk met stokjes en de rest van de pap slobber je naar binnen.
Vorig jaar had ik via een achterpad, waardoor we het entreegeld misliepen, met He sifu en nog wat andere taiji-studenten al een groot deel van de berg bekeken. Dit jaar troffen we het niet, want de tempels stonden grotendeels in de steigers, het meer had geen water en naar de top mochten we ook niet. Maar toch was het nog steeds zeer de moeite waard. Het is effe een klim, hoor.
Toen we naar beneden gingen via een achterpad, merkte ik pas wat we allemaal geklommen hadden……. Alles is zo’n beetje aangelegd, maar toen het gisteren toen we naar beneden liepen, ging regenen werden de stenen hier en daar toch akelig glad. Ik zag later enkele mensen met wondgaas en pleisters op hun benen. Chinezen zijn niet ‘van dat benauwde’ als ze je gaan verbinden, dus het is altijd duidelijk te zien als er iets aan iemand mankeert! Ikzelf maakte ook een keer een rare schuiver, maar viel niet. De dieptes naast het pad zijn gelukkig begroeit met vele bomen, maar je moet er toch niet aan denken dat je naar beneden rolt. Ook niet van de stenen trap………..
Plotseling was ik degene die het beste Chinees sprak, dus nu moest ik wel. Als we even zaten te rusten in een paviljoentje, die overal langs de paden zijn neergezet, hoorde ik onze mede-zitters alweer raden waar we vandaan kwamen (meestal Frankrijk). Als ik dan in het Chinees vertelde dat we uit Nederland kwamen werd het pas echt gezellig…… Als we ze dan later weer tegenkwamen bij een tempel of ander paviljoen dan probeerden ze meteen weer het gesprek op gang te brengen. Helaas of gelukkig gaat mijn kennis van het Chinees niet te ver.
Pieter zei op een gegeven moment dat hij zich af en toe net een bekende filmster of zanger voelde. Overal werd naar ons gekeken, even ‘hello’ gezegd, ‘mogen we met je op de foto?’ of er werd zo gemanoeuvreerd dat wij ook op hun foto kwamen. Mensen die elkaar aanstoten en in onze richting wijzen, omdraaien, open monden…… Er lopen daar nog veel mensen die niet uit de grote stad komen.
De frisse berglucht is verrukkelijk, vogels, eekhoorns en we schijnen ook nog een soort aap te hebben gemist, die ons werd aangewezen door medebergbeklimmers. Gezonde lucht en toen we na het ontbijt vanaf de tempel weer naar boven liepen was het af en toe zelfs stil. De hordes Chinezen moesten nog vanaf de poort omhoog komen! Sommige vrouwen beseffen niet dat ze een berg gaan beklimmen, want ze lopen op hoge hakken (met glimmers, strikjes, ook sexy panteruitvoering) en ‘bruiloftkleding’ tot onze stomme verbazing. Ik heb dat andere jaren ook al gezien en inderdaad zijn er bij die het redden tot aan de top. Maar daarna moet je naar beneden. Blote voeten is een optie.
Wat wij wel weer schrijnend vonden was hoe de materialen voor de verbouwing de berg op gaan. Ze worden door mensen gedragen, op hun rug in manden of draagtoestellen. Soms zag je ook een ezelpad, maar de ezels heb ik deze keer niet gezien. Maar mensen, wat een gewicht nemen deze dragers op hun schouders!
De reis naar en vanaf de berg is sinds kort met een superdeluxe trein. Je koopt plaatsbewijzen van te voren. Daarop staat het nummer van de trein, van de wagon en de stoel. In het station gaat het net zo toe als op het vliegveld. Je bagage gaat via een lopende band door een scan-apparaat. Je kunt wachten in een speciale wachtruimte en pas als de trein klaar is (passagiers uitgestapt, schoongemaakt van binnen en van buiten effe lekker soppen), mag je er naar toe. Op een gegeven moment gaat hij zelfs 220 km per uur en je voelt er bijna niets van.
Op sommige tussenstations komt er dan weer een persoon om de buitenkant te soppen!!!! De hele rit duurt 50 minuten.
Daarna gaat alles weer als vanouds. Je propt jezelf met vele anderen in een oude bus, die niet vooruit te branden is en met een chauffeur die hooguit om de drie seconden de werking van zijn claxon inspecteert.
En als je terugkomt in Chengdu neem je een taxi, die zich op de meest snelle manier een weg baant door het verkeer, alsof je in een ambulance zit, die met spoed naar het ziekenhuis moet. Dit houdt in over de busbaan rijden, rechts inhalen (heel gewoon hier), je als een torpedo tussen de overstekende voetgangers en fietsers lanceren, inhalen waar je niet kunt inhalen en gewoon doordrukken ook al is er geen plaats voor je. Degene die op de meest linker baan rijdt is meestal de dupe. Die heeft de keus: vangrail, tegemoetkomende auto of remmen. Maar er wordt niet getoeterd of wat dan ook. Iedereen accepteert (dit nog). Voor ons westerlingen is het een waar avontuur en we genoten er met volle teugen van.
Vandaag weer getraind in Dufu Cao Tang. Sifu is er niet en bijna alle studenten hebben ook vrij genomen. Het was heel rustig. Alleen een soort insect begint nu weer zijn geluid te oefenen. Hij is nog niet op volle sterkte tot nu toe. Vorig jaar dacht ik dat iemand een cirkelzaag aanzette! Wat een herrie, ongelofelijk! Ik hoop dat ze zich nog even gedeinsd houden………




Hallo nicht; wat kun jij gezelig schrijven. Maar wat een land van tegenstellingen Tempelbergen, mensen die europeanen bezienswaardig vinden; aan de andere kant supermoderne treinen, veiligheidsscans op stations enz
Eigenlijk kan ik me er geen voorstelling van maken, het gewone dagelijkse leven verderop in China.