Vele, grote, grijze, grauwe flats in Boekarest
De eerste weken zitten erop en ik begin al aardig te wennen aan mijn Roemeense leventje. Het wisselvallige weer is wel erg typisch, de temperatuur is warm maar het ene moment komt het met bakken regen uit de lucht vallen terwijl het andere moment de zon schijnt en het bloedjeheet is.
Al een aantal keer ben ik dan ook behoorlijk nat geregend aangezien ik nog een tikkeltje eigenwijs ben en nog steeds weiger om een paraplu te kopen voor €10,-.. terwijl ik ze in Nederland voor €2.50,- kan krijgen. Misschien dat ze, ze hier ook wel goedkoper hebben. Ik heb ze alleen nog niet kunnen vinden. ‘s Ochtends kan ik dan nog wel een tijd twijfelend voor mijn kledingkast staan. Wordt het een lange broek? Een korte broek? Slippers? Of toch dichte schoenen? Moet ik een jas aan voor ‘als’ het gaat regenen? Maar ja als het droog blijft loop ik de hele dag met mijn jas te sjeulen..
Ach, als dit het enige is waar ik me druk over kan maken dan heb ik toch niks te klagen eigenlijk.
(Buiten het kindertehuis om dan;))
Het word nu steeds leuker om heen te gaan naar het kindertehuis. De kinderen beginnen me weer te herkennen en ik kom steeds beter in hun dagritme. Het scheelt waarschijnlijk wel nu ik in mijn eentje ben, want het personeel maakt veel sneller contact met mij als vorig jaar toen we met meerder meiden waren. Er zijn nog steeds personeelsleden die me compleet negeren maar er zitten er ook een aantal tussen die toch best interesse in mij toonde. Er is zelfs gevraagd hoe ik heette.. geloof mij, dat ik echt heel wat voor die 3 weken dat ik er pas ben!
In de 3 weken dat ik hier nu ben, heb ik rustig de tijd genomen om alle kinderen weer te leren kennen. Stuk voor stuk zijn ze totaal verschillend maar dat maakt het we leuker om mee te werken. Kinderen van hoog niveau, laag niveau, kinderen met een lichamelijke beperking, kinderen zonder lichamelijke beperking, kinderen van 1 jaar, jongeren van 25 jaar (want die zal ik maar geen kinderen meer noemen) en zo is er van alles wat.
Het feit dat ik zelf nog weinig in te brengen heb en alleen maar kan toekijken is wel eens frustrerend. Dat geschreeuw en geweld naar die kinderen toe.. ik heb me de laatste tijd ook afgevraagd waarom het personeel zo reageert en naar mijn idee is het een stukje onmacht waar ze geen betere manier voor weten om er mee om te gaan. Op de afdeling waar ik werk gebruiken ze geweld, maar op de jongensafdeling is het vele malen erger. Een aantal jongens is een stel beesten geworden die elk moment uit kunnen barsten.
Er is in de jongensgroep ook duidelijk een onderling rangorde. Diegene die bovenaan staan zijn ontzettend agressief en vaak al bij voorbaat vastgebonden, je heb de meelopers, de middengroep en onderaan staan de arme stakkers die keer op keer in elkaar geslagen worden. Al een aantal keer ben ik duidelijk gewaarschuwd dat ik moet uit kijken dat ik niet alleen tussen de jongens ben. Het wil niet zeggen dat het daar altijd zo “gevaarlijk “ is.. maar je moet wel opletten. Ja.. het personeel gebruikt geweld, en de kinderen nemen het over.
Deze week ga ik op gesprek bij de directrice om eens met haar te gaan praten. Ik ben er klaar voor om echt iets te gaan doen! Of zij daar ook zo over denkt weet ik niet, ik hoop in ieder geval dat ze me wat meer ruimte wil geven.
Wegens privacyredenen kan ik geen foto’s van de kinderen laten zien. Wel een stukje van Boekarest. In Boekarest is nog veel armoede en ze zijn nog niet zo bekend met het toerisme. De vele, grote, grijze, grauwe flats is een van de dingen die je hier heel veel ziet. Met veel verbazing kan ik naar zo’n flat kijken. Ramen zijn vaak dichtgeplakt en ik krijg de indruk dat het hele huis is volgebouwd. Het wekt ook wel een stukje nieuwsgierigheid. Hoe groot is het binnen eigenlijk? Hoe is het ingericht? Is het net zo vol als dat het er voor het raam uit ziet? En waarom worden al die ramen toch afgeplakt? Tja, misschien dat ik er nog achter kom de komende tijd!




Hallo Dianne,
Dat klingt allemaal erg spannend. Zelf heb ik jaren lang met lichamelijk en verstandelijk gehandicapten gewerkt in Nederland, Zweden en in Berlijn. Na verdere opleiding ben ich dan in de eerste hulp en op de ambulance gekomen. Intussen ben ich met een kantoor baan in Barcelona wel is waar een heel andere richting in gegaan maar als ik jou verslag lees voel ik me er erg bij betrokken.
Ik heb in het verleden veel gehoord over de toestand in de verpleeg/opvang huizen in verschillende oost blok landen. Er mag intussen veel verandert zijn maar toch… Ik zou je op het hart willen drukken niet al te hoge verwachtingen te hebben van het gesprek met de direktie. Het is goed dat je het doet en probeer “er uit te halen wat er in zit”. Maar ik denk dat de directrice heel precies weet wat er allemaal gebeurd en waarscheinlijk niet veel doen kan of wil. Het kan natuurlijjk ook heel anders uitpakken maar wees niet te teleurgesteld als het niet zo zou gaan als je verwacht. Het is immers moeilijk een achterstand van tientallen jaren in te halen. Dat heeft veel tijd nodig een gaat niet van vandaag op morgen. Ik zou je dringend willen aanraden, als de situatie niet verbetert en het geweld van de medewerkers naar de kinderen anhoudt, aangifte te doen. Bijvoorbeeld bei http://www.childhelplineinternational.org/
Laat maar weten hoe het verder gaat.
Veel succes en sterkte,
Roel