Wat zou ik zo’n zapsporter graag de hand schudden!
Iedereen doet het. Steeds vaker, langer en tegenwoordig ook op elk moment van de dag. Meestal binnen en met bekenden, soms ook ongegeneerd in de publieke ruimte, met volslagen vreemden. Zelf doe ik het ook, al moest ik in Griekenland eerst deskundige hulp inroepen.
Sommigen houden het bij één keer per dag, anderen doen de hele dag niets anders. Onder het eten, met kinderen zelfs. Er zijn zelfs mensen die het laten vastleggen terwijl ze het doen. Door een zwart, onopvallend en digitaal kastje. Ik heb het over volkssport nummer 1: zappen.
De inhoud van al die kastjes met kijk- en zapgedrag wordt de volgende dag gretig door zogenaamde netmanagers (net managers, maar dan erger) gretig bekeken. Op grond van de opwinding die dat gezap in hun netmanagersgemoed teweeg brengt, besluiten zij welk TV-programma op welk net wordt gehandhaafd, dan wel per direct vervangen door een ander. Ik merk meestal geen verschil. U?
Daarom knaagt mijn twijfel, woekert mijn ongeloof. Ik denk dus, dat die zwarte kastjes helemaal niet bestaan. Dat het een bedenksel van het netmanagersnetwerk is, om u en mij te laten denken dat wij kijken naar programma’s die u en ik graag zien. Terwijl wij in werkelijkheid kijken naar programma’s waarvan zij denken, dat u en ik ze graag zien. Maar ik wil niet kijken naar programma’s, waarvan zij denken, dat ik ze graag zie. Ik wil kijken naar programma’s, waarvan ik denk, dat ik ze graag wil zien.
Uit heel ander onderzoek blijkt, dat ieder mens slechts zes handdrukken van welke andere mens ook verwijderd is. Het lijkt er zelfs op dat we hier met een natuurwet van doen hebben. Op recepties en verjaardagen zult u dat beamen, maar werkt het ook als het om bekende en/of beroemde personen gaat, die u nog nooit ontmoet hebt? Hoeveel handdrukken bent u verwijderd van bijv. Barack Obama?
Ga naar de nieuwjaarsreceptie van uw stad of dorp en geef de burgemeester een hand (1). Een burgemeester wordt in Nederland door ‘de Kroon’ benoemd en schudt daarbij de hand van de Majesteit (2). De Majesteit gaat op bezoek in Rusland, bijvoorbeeld naar de Hermitage in Sint Petersburg en wordt daar rondgeleid door Vladimir Poetin (3), die op zijn beurt wel eens handschuddend met Barack Obama op de foto is gegaan (4). Tel nu zelf uw handshakes naar Sarah Palin, Nelson Mandela of premier Papadopoulos. En?
Het was de Amerikaanse sociaal psycholoog Stanley Milgram die bedacht dat iedere mens nooit verder dan zes persoonlijke vriendschappen verwijderd is van welke andere persoon ook. Om zijn gelijk te bewijzen vroeg hij mensen een pakketje te sturen aan iemand die ze van naam kenden.
In uw geval: stuur een brief of pakketje naar een u verder volslagen onbekende Dandalos in het u eveneens volslagen onbekende Griekenland.
U mag het alleen niet zomaar in de gleuf ‘overige postcodes’ gooien, of het DHL maar laten uitzoeken, maar u moet het aan iemand persoonlijk sturen of afgeven, die er – net als u – voor moet zorgen, dat het zo snel mogelijk in handen van de geadresseerde komt. Is het aantal ‘tussenpostbodes’ na aankomst meer dan zes? Dan hebt u echt iets verkeerd gedaan, want volgens Milgram waren er slechts zes (5,5 om precies te zijn) contacten nodig eer het pakketje bij de bewuste persoon belandde.
U twijfelt nog? Schrijver Frigyes Karinthy publiceerde al in 1929 het verhaal Kettingen, gebaseerd op het idee van de universeel geldende zes mensenschakels; regisseur Fred Schepisi maakte in 1993 de film Six Degrees of Separation en in 2006 bestudeerde Microsoft de adressen van 30 miljard e-mails. Wat bleek? Elke twee mensen zijn gemiddeld 6,6 contacten van elkaar verwijderd zijn. Annamaria Talas maakte in 2008 de documentaire Connected over dit zes-schakelsidee. Wiskundig onderlegde lezers kennen natuurlijk al het Erdösgetal, wiskundige onderlegde filmliefhebbers hun Bacongetal.
Wat op wereldschaal dus een piece of cake is, moet in Nederland wel een heel klein fluitje van een cent zijn. Dacht ik. Waar praten we over: 18 miljoen mensen? De ontdekking, dat ik waar dan ook, met iedere onbekende handen schuddend ‘verbonden’ ben, doet mij sindsdien permanent euforisch door het leven gaan.
Op straat begroet ik elke zesde voorbijganger als een goede bekende; elke zesendertigste reken ik tot mijn intimi. Modieuze netwerken als Twitter, Facebook etc. beschouw ik als enge, sociofobische, licht incestueuze navelstaargroepjes, die vooral aan hun eigen profiel friemelen. Ik heb aan elke vinger wel zes profielen! En aan elk profiel zes vrienden. En met elke handdruk komen daar weer zes maal zes vrienden bij! Een paar uurtjes flink doordrukken en ik ken de halve wereld. En morgen de rest!
Toch heb ik een vraag. Een vraag die mij traumatiserend en keelklemmend achtervolgt, waardoor ik mijzelf regelmatig middernachtelijk, ademsnakkend en volledig gedesoriënteerd in de klamme lakens verstrikt hervind. HOE kan het, dat ik, met al mijn handdrukken en contacten, nog nooit – maar dan ook echt nog nooit – iemand heb ontmoet, die zijn dagelijkse potje zapsport laat vastleggen in het geheugen van een zo’n zwart, onopvallend en digitaal kastje?
Daarom zap ik in Griekenland via de satelliet. Daarmee ontvang ik BVN: het Beste van de Vlaamse en Nederlandse TV. Zonder zapkastje, want mijn nette BVNnetmanager weet immers wat goed voor mij is. Maar inwendig knaagt mijn twijfel, woekert mijn ongeloof. O, wat zou ik zo’n zapsporter graag de hand schudden! Kent u zo iemand? Misschien bent u wel zo iemand! Morgen grijp ik mijn laatste kans. Dan ga ik mijn Griekse postbode een hand geven. Kan ik meteen uw pakketje aanpakken.
Dandalos.




Een tikje gezocht misschien, maar zeker geestig met een, voor mij, ironische ondertoon. Voorwaarde voor dit soort hersenspinsels zijn waarschijnlijk wel: een plekje onder de Griekse zon en een lekker glas wijn.