Koop Dit Boek
Brighid is een drievoudige godin. Haar vakgebied omvat de poëzie, de genezing en de smederij; als bijvak heeft ze de inspiratie. Helaas doet zij haar werk in het Keltisch Pantheon, waardoor ik voor mijn Griekse inspiratie ben aangewezen op een meer prozaïsche drie-eenheid: in het kafenion aan het plein bestel ik een koffie, die mij wordt geserveerd aan een tafel, waarop ik – voor de vorm, want écht lezen leidt maar af – vast een boek heb neergelegd. Daar zit ik. En kijk. En wacht. Op inspiratie.
Mijn wachten is nu beloond, want sinds kort heb ik alles in één: een KoffieTafelBoek van Julie Smitaki, 288 pagina’s vol inspiratie! Julie schrijft al sinds ze er woont over het eiland Lesbos. Haar columns zijn een regelrechte uitnodiging om zelf te komen zien, ruiken, voelen, meemaken. Fotograaf Jan van Lent vult haar teksten aan met vaak overweldigende beelden, waarvan zelfs eilandbewoners zich soms afvragen, waar en hoe hij die toch heeft gezien. Vormgever Jeroen Koster heeft vervolgens woord en beeld samengevoegd tot een uitnodigend, uitdagend boek. De titel: Strooilichtezels & Vossenballenijs. Onthoud die naam!
In twaalf rubrieken leert Julie u het eiland ontdekken, ook al dacht u dat al te kennen van eerdere bezoeken. Het cultuurgoed, de goden en het weer zijn dan misschien gesneden koek voor u, maar wie waren ook alweer de broertjes Barbarossa? Waarom vieren de Grieken eigenlijk nooit hun verjaardag, maar wel hun naamdag? En dat dit jaar het Griekse Pasen op 24 en 25 april gevierd wordt, de dag van de arbeid op 1 mei en Maria Hemelvaart op 15 augustus is ook nog niet zo moeilijk, maar wat en waarom is toch die nationale Nee-dag op 28 oktober?
Volgt u braaf de bladzijnummering van het boek, dat moet er na de basiskennis dringend gewandeld worden, want een betere manier om de rijke flora en fauna te ontdekken is er niet. Eerst expres verdwalen op het plat van Michoe, dan per ongeluk het geheime pad van Anaxos naar Ambelia ontdekken, om tenslotte oog in oog te staan met een echte strooilichtezel.
We leren ook, dat die lieflijke schapenkuddes, die onverwacht maar onverstoorbaar klingklongend zomaar uw auto- of scooterpad kunnen kruisen, broeikasgastechnisch gezien beter vervangen zouden kunnen worden door kangoeroes. Die eten acht keer minder dan schapen en hebben veel minder kostbare landbouwgrond nodig om toch een malse souvlaki te leveren. Helaas nog niet leverbaar. De Grieken hebben er nog geen woord voor, zeggen ze, maar dat geloven ze zelf ook niet echt.
Bent u een bladeraar, dus van achter naar voren, dan bent u bijna direct bij de kern van het boek. Want al die natuur en cultuur is natuurlijk prachtig, je moet er wel wat te eten of drinken bij hebben. Dat vinden de Grieken trouwens zelf ook, bij voorkeur in gezelschap. In 27 handzame stapjes wordt u ingewijd in de Griekse keuken, wat er te eten en hoe je er te gedragen. Waarom dronk Dionysos toch maar drie glazen wijn per dag, terwijl de retsina en de ouzo nog moesten worden uitgevonden?
En hoe scharrelslakken te ontslakken voordat ze met kweepeer, uien en tomatensaus tot een lokale delicatesse sudderen? Via veel visvariaties, verse vijgensoep en vegagerechten verzeilt u als vanzelf in de voorschriften voor vals vossenballenijs – waar overigens geen vos aan te pas komt, want die zijn ook hier beschermd. Orchideeën trouwens ook, vandaar de toevoeging ‘vals’.
Bent u eenmaal in een restaurant beland, dan komen de lessen ‘Grieks tafelen’ direct van pas. De beginnende toerist kijkt op de kaart en ziet tot zijn geruststelling de vertrouwde indeling in voor- hoofd- en nagerechten. Vaak zijn sommige gerechten echter doorgestreept, andere zijn er met potlood aan toegevoegd. Met een beetje pech in het Grieks, dus onleesbaar. Hij bestelt in zijn beste buitenlands en wacht af, wat er komen gaat. Dat kan even duren, want gevorderden gaan meestal voor.
Met dit boek wordt u zo’n ‘gevorderde’. U marcheert direct na binnenkomst naar de keuken of de vitrine, waar deksels worden gelicht en schalen getoond; u bekijkt alles met smakelijke goedkeuring, vraagt eventueel een visje op zicht, kijkt hem diep in de verse ogen en plaatst vervolgens uw bestelling door lukraak een aantal heerlijkheden aan te wijzen. O ja, en een salade, en wijn, en water, roept u nog achterom, terwijl u zo achteloos mogelijk naar uw tafeltje loopt, dat precies op tijd speciaal voor u is gedekt.
U bent niet verbaasd, als alles in volstrekt willekeurige volgorde wordt opgediend: wat het eerste klaar is, komt het eerst op tafel. U deelt alle gerechten met al uw tafelgenoten, waarbij het gebruik van een vork volstaat. Het mes gebruikt u namelijk om tijdens de tafeldiscussies uw gelijk te bevestigen. U sopt met overgave uw brood in het smeuïge mengsel van olie, azijn, kruiden en groentesappen, dat onder uw Griekse salade is ontstaan; u knijpt over bijna alles een halve citroen uit en u schenkt ongevraagd iedereen nog eens bij. Kortom, u eet als de Grieken. Bijna, want Grieken bestellen van alles het dubbele, zodat er aan het eind van de maaltijd nog ongeveer de helft over is. Dat doet een Hollander niet.
Een andere valkuil is het netjes leeg eten van uw bordje – omdat het zo lekker is. Fout! Een leeg bord is namelijk een signaal, dat er niet genoeg was. Erger kunt u een Griekse kok of kokkin haast niet beledigen. Maar gelukkig hebt u – als gevorderde eettoerist – niets te vrezen en kunt u op naar de absolute culi-top: de schapekop. Meestal alleen geserveerd bij de Grieken thuis, waar u onder het eufemistische mom van ‘een glaasje ouzo’ bent uitgenodigd, dat in werkelijkheid uit een complete maaltijd blijkt te bestaan. Inclusief wangen, ogen, tong – en een lepeltje voor de hersenen.
Poso kani, zult u zich misschien afvragen, maar de rekening blijkt vaak reuze mee te vallen, behalve als u per ongeluk barboenia of kreeft heeft aangewezen. Grieks tafelen is wonderlijk genoeg financieel veel aantrekkelijker dan dineren in een Nederlands restaurant, terwijl de kwaliteit, de ambiance en het avontuur vaak van hetzelfde, zo niet hoger niveau is. Maar ik dwaal af, want ik zou een koffietafelboek bespreken, geen keukentijgerbijbel. 
Is er na bovenstaand geloftrompetter nog iets ten nadele van dit boek op te merken? Ja, wel degelijk.
Ten eerste moet je er voor naar Lesbos reizen, want gebruik op andere eilanden is ronduit onhandig. Behalve misschien de columns over eten en drinken – maar daar zouden we het niet meer hebben. Ten tweede past het (20×26) niet in borst- of achterzak, terwijl het in de rugzak ook nog steeds 1138 gram blijft wegen – bijna één fles water dus.
Verder is het gevaar niet denkbeeldig dat je blijft lezen in plaats van het eiland ontdekken en zijn alle tips en ervaringen absoluut niet in een simpel vakantiereisje van acht dagen op te volgen. Julie deed er acht jaar over om ze te verzamelen. En wat ik ook niet kan uitleggen is, waarom onderaan elke rechterpagina consequent een minuscuul klein driehoekje in precies de juiste kleur is afgedrukt. Zo geraffineerd, dat het u natuurlijk al direct was opgevallen.
Tenslotte: het kost een paar centen, maar dan heb je ook wat. En dan hebben Hollanders geen enkel excuus meer. Engelsen trouwens ook niet, want helaas voor hen is het boek ook in hun taal leverbaar.
Daarom ben ik helaas genoodzaakt de titel boven dit stukje te herzien. Het wordt een dringende aanbeveling: Koop Dit Boek. O, u wilt het liever eerst even inkijken? Kan ook. Vanaf 6 april. In het kafenion aan het plein, met een koffie, aan een tafel, waarop dit boek. Daar zit ik. En wacht. Op u.
Dandalos.
Titel: Strooilichtezels & Vossenballenijs
Scatterlight Donkeys & Foxballs Ice Cream
ISBN Nederlandse versie: 978-90-816501-1-3
ISBN Engelse versie: 978-90-816501-2-0
Prijs: € 36,- (besteld via Internet, inclusief portokosten)
Bestellen: smitaki@boomdistributiecentrum.nl




