Te warskip op Sint Maarten


Op 9 april heeft het IVN West-Friesland een trouwe-ledendag. Marga en ik zijn uitgenodigd en we zullen er waarschijnlijk zijn. Het is flink druk geweest op ons Caribische eiland de afgelopen tijd.

Zo hadden we op zeilgebied Laura Dekker en haar ‘Guppy’, die op St. Maarten met een luid getoeter vanaf een vloot van boten en bootjes werd binnengehaald. En onlangs is de 31e editie van de Heineken Regatta, ‘Serious Fun’ geheten, afgelopen. De grote aantallen zeevarenden van zo’n 200 jachten zijn terug naar huis na enerverende races en een muzikale slotavond op het strand van Kim Sha. In de persoonlijke sfeer hebben Marga en ik het druk gehad met warskippers. Drie 3-week visites in een tijdbestek van amper twee maanden.

Laura Dekker is nu in de buurt van het Panamakanaal en de laatsten van de talrijke buitenlandse opvarenden van de Heineken Regatta jachten zijn naar huis. Onder heen zijn veel Nederlanders. En juist deze week toch weer een vaar-gebeurtenis. Amerikaanse vrienden van ons zeilden binnen van hun reis vanaf de Middellandse Zee. We zijn vorig jaar nog een paar weken bij ze aan boord geweest toen ze met hun jacht ‘Apparation’ in Marmaris, Turkije overwinterden. Ze zaten toen vol zee-verhalen en hadden er nu weer een paar van de plank gehaald. Maar genoeg over zeilen en zeilavonturen. Deze bijdrage gaat over de andere warskippen.

Twee van de drie bezoekende stellen zijn vrienden die in de 70-er jaren in West-Friesland naam hebben gemaakt. Cor en Henny de Gans waren begin februari het eerste stel. Een paar weken later arriveerden Wim Jongejans en Hanneke van Lierop. Net vertrokken zijn Marga’s zus Corinne en haar man Jens, allebei uit Heiloo. Cor en ik waren betrokken bij de oprichting van de Milieugroep Hoogkarspel in het begin van de jaren 70. De club streed vooral tegen de teloorgang van een klein natuurgebied bij Hoogkarspel en tegen de komst van de plastic vuilniszak  en de afvalstort in Westwoud. Het natuurgebied is nu een deel van een industrieterrein, de plastic vuilniszak is nu de plastic afvalbak en de stort in Westwoud is nu een golfbaan.

De Milieugroep Hoogkarspel is ook al lang ter ziele, maar niet voordat daaruit het Instituut voor Natuur en Milieubeschermingseducatie afdeling West-Friesland (IVN) ontstond. Cor was de eerste voorzitter en toen die vertrok naar Brabant waar hij een milieu-edukatie centrum opzette en beheerde, volgde Wim hem op. Ikzelf was aktiesecretaris bij deze twee voorzitters. Henny en Marga waren nauw betrokken bij de opzet en organisatie van de eerste kinderopvang (creche) in Hoogkarspel, wat in die jaren een enerverende ervaring was. Hanneke was onder andere politiek aktief  als raadslid in Bovenkarspel. Om de cirkel rond te maken: het IVN heeft voor 9 april een trouwe-ledendag in het Streekbos gepland. Een viering  van het 40-jarig bestaan wordt mogelijk later dit jaar gehouden.

Het IVN West-Friesland was vooral een aktiegroep die in de jaren zeventig luid aan de bel trok als nare milieutoestanden en -dreigingen daarom vroegen. In die tijd was dat nieuws en gretig opgepakt door het NHD en toen ook nog het DWF. De club kreeg mede daarom al gauw enige betekenis en regionale bestuurders begonnen rekening te houden met dat lastige IVN. Ze praatten mee met ruilverkavelingen, afvalverwerkingen, bestemmings- en rekreatieplannen en zaten in SOW-commissies om daar het andere geluid  te laten doorklinken. Na hun verhuizing van Uden in Brabant naar Pieterburen in Groningen gingen Cor en Henny niet lui achterover hangen, maar waren nauw betrokken bij plaatselijke cultuur- en natuurevenementen. Ze zijn dat nog. Wim en Hanneke wonen inmiddels in Oirle (bij Venraij), waar zij vooral aktief betrokken is bij het onderzoeken en publiceren van het boeiende oorlogsverleden van Venray. Hij treint nog altkijd regelmatig naar West-Friesland om IVN wandelingen te leiden.

Als zulke aktieve mensen bij je te warskip komen weet je dat ze alles over hun tijdelijke vakantie-oord willen weten en liefst nog iets meer. Dat probeerden we dan ook. Het zogenaamde island-hoppen was ons ten dienste om ernst en nuttigheid met leut te verbinden. Met Cor en Henny vlogen we naar Dominica (niet te verwarren met de Dominicaanse Republiek). Met Wim en Hanneke gingen we naar St. Eustatius en Saba om op beide inmiddels Caribisch Nederlands genoemde eilanden een paar dagen te verblijven en te genieten van de plaatselijke cultuur en natuur. Beide aspekten zijn op die drie eilanden uitbundig aanwezig.  Met Jens en Corinne voeren we naar Anguilla, waar we van wandelen, strand, snorkelen, een live jazz-band en lekker eten genoten.

Dominica wordt met zijn 360 rivieren en riviertjes (bijna een voor elke dag van het jaar) ook wel “Nature Island’ genoemd. Heel apart is het reservaat van de Carib indianen, waar de Caribische zee naar is genoemd. We lieten ons er uitgebreid voorlichten over de cultuur van dit volk dat door de Europese koloniale machten bijna geheel is uitgeroeid of bezweken aan door uit Europa meegenomen ziektes. We troffen in onze taxichauffeur een buitengewoon kundige en enthousiaste gids. Op Dominica vebleven we in een hotelletje te Laudat, een gehuchtje in een heuvelachtig  vulkaangebied van waaruit we prachtige wandelingen maakten. Hoewel in de tropen werd het er vooral s’avonds zo koel dat een trui of vest geen overbodige luxe was.

Saba is ‘The Unspoiled Queen’ en St. Eustatius of Statia heeft ‘Historical Gem’ als bijnaam. De bedoeling was om op Statia gebruik te maken van het Homestay Programma van het toeristenbureau. Dat viel tegen toen bij aankomst op het vliegveld bleek dat het lokale toeristenbureau onze reserveringen zo had verprutst, dat we voor vier mensen maar een kamer konden krijgen. Ook bleek de (Nederlandse) gastvrouw niet uit het hout gesneden waaruit gastvrije mensen ontstaan. Gelukkig loste een plaatselijk hotel veel van het ongemak op. De wandelingen in het historische hart van hoofdstad Oranjestad, naar de bezienswaardige frotsformaties van Whitewall en Fort de Windt op Statia’s zuidpunt en naar de krater van de slapende vulkaan The Quill waren inspannend maar buitengewoon fraai.

Vliegen naar en vooral landen op het mini-vliegveld van Saba is een avontuur op zich. De vliegtuigen stammen nog van ver in de vorige eeuw. Ze stijgen en landen ettelijke keren per dag, maar worden zo goed onderhouden dat er nog nooit een ernstig ongeluk mee is gebeurd. De vaardigheid van de piloten heeft daar eveneens mee te maken. Van Saba wordt gezegd dat het de kortste landingsbaan ter wereld heeft. Alleen landingssgtrippen op vliegdekschepen zijn nog korter, maar daar wordt je met een soort elastiek opgevangen. Bij de nadering van Saba lijkt eerst een aanvaring met de rotswand niet te vermijden en als de duikvlucht toch goed is afgelopen komt het toestel al na een paar tientallen meters tot een plotse stilstand. Daarna klinkt meestal tussen de opgelukte zuchten door een klaterend applaus op voor de piloten. Op het piepkleine, maar loodsteile eiland zelf heeft een handige Sabaan een weg bedacht die door veel wegenbouwkundigen als onmogelijk was bestempeld, maar die er toch is. De natuur is er zo apart dat je die alleen maar kunt beleven. Schrijven doet de schoonheid tekort.

Het bezoek is weg, behalve de Amerikaanse zeilvaarders die hier nog enige tijd blijven. Bij ons is de drukte echter nog niet afgelopen. Er zijn grote plannen om in Nederland een soort tweede home te zoeken, waardoor we midden in de verhuizing van spullen verzeild zijn geraakt en waardoor we vanaf April zo’n vijf maanden in het Europese deel van het Koninkrijk verblijven. Tot ziens derhalve. Op de IVN trouwe-ledendag? Hoogstwaarschijnlijk.

Informatie en Links

Doe mee door te reageren, te volgen wat anderen hebben te zeggen, of door van uw blog naar hier te linken.


Andere Berichten

Reageer

Vertel ons wat u vindt. Sommige HTML-tags zijn toegestaan.

Reacties van lezers

Vanmorgen bij het lezen van de krant viel mijn oog op je artikel in de rubriek “wereldeditie.nl”. Daarna direct je bijdrage op de site geopend. Leuk om te lezen over het bezoek van je IVN-vrienden, omdat ik zelf ook behoor tot de IVN-ers van het bijna eerste uur (vanaf 1975). Ik hoop jullie zaterdag op de reunie te treffen.
Groeten, Nico Bregman