DEI volente
Als u dit leest, bestaat Griekenland nog, maar in de relatieve medialuwte zijn we inmiddels aangekomen bij de fase, waarin bijna achteloos de opheffing van het land wordt besproken. De acteurs in deze soap zijn verkleed als politici, deskundigen of andere wijsneuzen. Niemand heeft een dubbelrol, iedereen heeft dezelfde steekwoorden: bankroet, faillissement en uitverkoop. Als de regie even weg is, pakken zij stiekem hun script van gisteren en wachten op hun volgende cue. Niemand die het merkt.
De politicus heeft natuurlijk altijd gelijk. Maar in zijn eentje kan hij het licht in Griekenland niet uitdoen, dus zoekt hij medestanders. In Nederland is dat al moeizaam, laat staan op Europees niveau. Dus praat hij nog even verder.
De deskundige heeft ook altijd gelijk, want hij heeft er voor doorgeleerd. Hij kan desgevraagd uitleggen, dat wit eigenlijk een soort zwart is. Zijn collega kan echter met hetzelfde gemak aantonen, dat zwart in wezen wit is. Dus is hij uitgepraat, behalve voor wie hem nog een keer wil horen.
De wijsneus, ach ja, de wijsneus. Vaak een gemankeerde politicus of deskundige. Verkondigt zijn mening op therapeutische basis en heeft dus altijd het grootste gelijk van allemaal. En zo wordt er meer óver Griekenland gepraat wordt dan mét.
De Grieken zelf zijn meer van het straattheater, met als subgenres het reltheater en stakingstheater. Vooral in Athene zien we de levensechte, explosieve en gevaarlijke variant. De teksten staan niet op papier, maar op schilden en spandoeken: ‘Politie!’ tegen ‘Protest!’.
Overheidsdienaren die de orde moeten handhaven, raken slaags met andere overheidsdienaren, van wie het tijdelijk contract per direct is omgezet in ‘arbeidsreservist’. Dan heb je het recht, om binnen een jaar, tegen 60% van je toch al gekorte salaris een ander baantje te zoeken. Lukt dat niet, dan wordt je contract alsnog beëindigd.
Buiten de grote steden en op de eilanden is van dit lawaaitheater weinig te merken. Daar worden de genomen en nog te nemen maatregelen met gelatenheid ontvangen. De lijst is lang en men probeert er het beste van te maken, ondanks de indruk die in het buitenland bestaat, dat de Grieken maar doen alsof er niets aan de hand is.
Nee, de Grieken weten wel degelijk wat er aan de hand is en bijna elke beroepsgroep heeft al acties gevoerd of aangekondigd: doktoren, leraren, belastinginspecteurs(!), het openbaar vervoer, vuilnismannen – en de onvermijdelijke luchtverkeersleiders. De taxichauffeurs hebben de origineelste actie bedacht: de waarschuwingsstaking. Zoiets als gewapend en gemaskerd een bank binnenstormen en dan roepen: ‘Snel! Kom op met die Monopolydrachmes!’
In alle onzekerheid is één ding zeker: niemand weet wanneer Griekenland ‘gered’ is. Het wachten op de allesverklarende documentaire (door wie anders dan de BBC?) duurt waarschijnlijk nog een jaar of tien. En zolang heeft de regering niet, want de huidige maatregelen zijn niet toereikend en/of gaan te langzaam, waardoor de uitbetaling van de volgende acht miljard Euro van het EU/IMF/ECB-reddingspakket behoorlijk op de tocht staat.
‘Je mag me altijd bellen’, riep onze minister van financien De Jager nog, tijdens de laatste Eurotop tegen zijn collega Venizelos. ‘Geeft niks, Evangelos’ steunde de anders altijd montere Jan Kees, toen om 04:17 uur zijn telefoon ging. ‘Ik moest toch nog even wat uitzoeken voor onze MP.’ Waarschijnlijk is uit dit matineuze overleg uiteindelijk de toverformule geboren, die Evangelos op 11 september – hoezo rampdatum? – wereldkundig maakte: de OZB.
Mijn hart maakt een sprongetje als ik de envelop openscheur: ha, eindelijk belasting betalen! Ik begrijp, dat de DEI, het Griekse staats-energiebedrijf, deze nieuwe gouden belastingkoe mag gaan melken. Tweemaandelijks kan ik op de rekening zien, hoe oppervlak en ouderdom van mijn huis via een fantastische formule een OZB-vordering opleveren. Ik ga het land redden!
Een driewerf ‘Eureka!’ golft ook door de regeringsgelederen. ‘Dat we dat niet eerder bedacht hebben! Huiseigenaren laten betalen voor hun eigendom! Wat een vondst!’ Enigszins verrast door deze bijval durft Evangelos bedremmeld toe te geven, dat ze dit wel degelijk al eens eerder hadden bedacht, maar dat de opbrengsten daarvan in 2009 en 2010 nog niet konden worden geïnd als gevolg van ‘kleine onvolkomenheden’ in de belastingadministratie.
Maar. als DEI-baas Nikos Fotopoulos van zijn nieuwe taakuitbreiding hoort, stormt hij als door een stroomstoot getroffen zijn kantoor uit, roept zijn medewerkers bij elkaar, deelt plastic sterren en dito waterpistolen uit, bestelt een TV-ploeg en schiet op camera met scherp: ‘de DEI wil niet de sheriff en niet de cowboy zijn, die hun revolver tegen het hoofd van de Grieken zetten!’
Ai! Ik voorzie weer een jaar zonder aanslagen. Ontgoocheld en bezorgd haast ik mij naar het postkantoor om naar mijn nieuwe DEI-rekening te vragen. April vorig jaar voor het laatst betaald en alles doet het nog! Zouden ze vergeten zijn, mij als enige van de 175.000 wanbetalers af te sluiten? Gelukkig, in de kartonnen doos met de post van officiele instanties vind ik hem. Ha! Een fors bedrag, dat tikt tenminste aan.
Mijn oog vliegt diagonaal over de cijfers, tabellen en percentages, maar nergens iets wat lijkt op een OZB-bedrag. Zal ik morgen naar het hoofdkantoor moeten afreizen om daar bij dezelfde Toula die ooit mijn aansluiting had geregeld, mijn zaak te bepleiten? Mijn buurman brengt raad en uitkomst.
Hij wijst op het kadertje waar de OZB-berekening had moeten staan. Hij pareert mijn ‘wanneer dan wél-vraag’ met een sussend handgebaar. Had ik niet bij mijn aanvraag voor een aansluiting een kopie van de acte moeten overleggen met daarin de exacte oppervlakte van het huis? Ja? En is de start van energielevering niet de peildatum om de ouderdom van het huis te kunnen classificeren? Ja? ‘Dan is de rest nog slechts een kwestie van twee plus twee is vijf’ verklaart hij.
Ik haal opgelucht adem. Over twee maanden komt het allemaal goed met Griekenland, want ze weten alles al van me. Hoewel, zouden ze al een luchtfoto van mijn illegale zwembad hebben?
Dandalos.



