… een inpirerend 2012!
’Of writer’s block in de familie voorkomt’, vraagt mijn specialist. Hij kan niks vinden. ‘Is het besmettelijk?’ is mijn wedervraag. ‘Verbale obstipatie is niet iets om je zorgen over te maken, Dandalos. Maar ik geef je liever geen pillen, want je weet hoe het Johnny van Doorn is vergaan: van waanzinnige Selfkicker tot zwaanzingende Zwijgdichter.’
‘Moet ik mijn nabestaanden verwittigen?’ wil ik van mijn therapeut weten. ’Schrijf desnoods het telefoonboek over’, suggereert hij ontwijkend. ‘Deed Martin Bril ook altijd, als hij even vast zat.’ Ik zwijg, want ik heb hier niet eens een telefoonboek. En ik weet, hoe het met Martin Bril is afgelopen. Tsja. Afijn.
‘Blijven zitten tot het er staat!’, adviseert vriend Kees per e-mail.
Kees schreef dat destijds in zijn boek Veertig. Het zitten lukte alleen niet erg vanwege opkomende prostatitis. Maar ik ben geen veertig, heb geen prostatitis en heet geen Kees. ‘Ach ja, natuurlijk, hoe simpel kan het zijn! Bedankt, Kees!’ mail ik hem terug. Ik ga naar buiten.
De apotheker neemt mij zwijgend op, reikt onder de toonbank en overhandigt mij discreet een merkloos pakketje met een esculaap erop. ‘Rust, reinheid en regelmaat’, luidt zijn devies. Ik lees de bijsluiter: ‘Breng het masker over beide ogen en adem normaal. Kan de leesvaardigheid beïnvloeden. Kuur helemaal afmaken en opwinding vermijden.’
Lig ik net op mijn balkon, zoekend naar de juiste draai om de inspiratie binnen te laten, gaat de telefoon. Het is mijn buurman: ’Hé, Dandalos, ik zag je een uur geleden ook al op je balkon liggen draaien. Wil niet erg lukken zeker, met je blog?’ Zuchtend sta ik op en ga weer naar binnen.
Ik probeer een stukje muziek. Hoor ik daar Eric Satie voorbijkomen? Inspirerende muziek, dat wel, maar dan herinner ik mij het soort aanwijzingen, dat hij boven zijn partituren placht te schrijven: ‘open je hoofd’, ’begraaf het geluid’ of ‘verbaas je over jezelf’. Bij voorkeur ‘in ernstige onbeweeglijkheid’. Hm.
Naar het strand dan maar. Ik probeer mijn hoofd te openen, het geluid te begraven en me over mezelf te verbazen. In de striemende wind probeer ik contemplatief de kopjes van de paaltjes te tellen, die in de verte boven het water uitsteken. Een jogger draaft achter mij langs. ‘13, 23, 31, 41, 61’, hijgt hij. Waarom nu weer precies die priemgetallen?
Aan een stil tafeltje in het kafenion, wachtend tot het komt. De pen boven de witte eerste regel, persend op het eerste woord. Een bus met scholieren stopt, de jongelui nemen als mieren bezit van het terras. Ik kan mijn eigen gedachten niet meer horen. De engelachtige serveerster schuift mij een cappuccino toe: ‘Gaat het al een beetje, meneer Dandalos?’
Een ritje met de auto. Ik heb eigenlijk de pest aan doelloos rondrijden, maar dit is werk, legitimeer ik mijzelf. Gelukkig hoef ik niet zo erg op de weg te letten, want vorig jaar zijn alle wegen in de omgeving opnieuw geasfalteerd en voorzien van frisse, strakke en heldere belijning. Taxi’s, die zich voorheen al op de startbaan waanden, worden nu letterlijk op de taxibaan gedwongen. Tot halverwege de boulevard gaat het goed, dan raak ik acuut het spoor bijster. Hoe nu verder?
Ik probeer de koele hotellobby. Een lokale politicus houdt zijn spreekuur op locatie. Ik zit ernstig onbeweeglijk en demonstratief afgewend naar hem en zijn gasten, maar word ongeveer eens per vijf minuten amicaal op de schouders gebeukt, waardoor mijn pen door het papier schiet: ‘Hé, Dandalos, wordt het al eens wat, met je blogstukkie?’
Ik vlucht naar huis. Morgen deadline – en ik heb nog niets. Ik zet mijn computer aan, er is mail: de redacteur wil weten of ik nog wat te melden heb. En zo nee, waarom niet. Vanavond nog, als het kan. Ik open een nieuw document. Eerst maar even wat tekstmeters maken, de titel komt wel. Even later schieten de sterren over mijn scherm: mijn screensaver doet zijn werk. Hij wel.
‘We gaan het anders doen, Dandalos’, besluit mijn personal coach na een nachtelijke sessie. ‘Ik weet niet of ik daar nog zin in heb’, protesteer ik uitgeput. Haar stem daalt een octaaf.‘Je kunt ook zin máken, Dandalos. Wacht, laat mij maar even.’ Haar hand geleidt de mijne over het halfmatte papier. Tai Chi voor twee handen en een potlood. Even later druppelen op dicteersnelheid de woorden uit mijn duim: Ik komma Dandalos komma, wens hierbij al mijn lezers… ‘Nou, was dat nou zo moeilijk?’ prijst ze het resultaat. ‘Bedenk nu zelf een titel, maak het verhaaltje af en kleur de plaatjes.’
Dandalos.



